Afbeelding

De orkaan van 2 op 3 januari 1976

Historie linkinbio

Je eigen Boontjes doppen!
Herinneringen van Arie Boon aan de orkaan van 2 op 3 januari 1976.

Als je het verslag van Arie Boon leest, over de storm van 2 op 3 januari 1976, is het alsof je in een spannend boek terecht bent gekomen. Het zou zomaar, met veel vaart en fantasie geschreven kunnen zijn door Jan Terlouw of K. Norel. Met dit verschil: het verhaal, de herinnering van Arie Boon, is bittere werkelijkheid en maakt deel uit van de geschiedenis van Vlieland en de strijd tegen de zee.

Het gezin Boon, de hoofdpersonen van dit verhaal, woont in 1976 met vader Cor, moeder Jo en de zonen Arie en Herman in het huis aan de Havenweg nr 7. Dochter Trijntje is al getrouwd en woont aan de wal.

Storm en hoog water kennen we goed op de eilanden en aan de kust. Het verhaal is van alle tijden. Iedere windrichting heeft zo zijn specifieke eigenschap. De westenwind brengt vaak regen. De oostenwind waait over de koude gebieden van Polen en Rusland en brengt vorst. Lekker warm wordt het vaak als het zuidenwind is. Als de windrichting noordwest is wordt water van de Noordzee hoog opgestuwd richting de kust. Het eerste dat die watermassa tegenkomt zijn de Waddeneilanden.

De eilanden liggen als stormbuffer voor de kust van de noordelijke provincies en vangen de eerste klap op. Het water in de Waddenzee stijgt, maar zolang de wind niet krimpt houdt de brede duinenrij het hoge water wel tegen.

Als ik een klein onderzoekje doe naar stormvloeden in de laatste eeuwen kom ik verbijsterende getallen tegen. In de nacht van 24 op 25 december 1717 bijvoorbeeld, treft een orkaan en de daaruit ontstane stormvloed, die bekend staat als “De Kerstvloed!” het noorden van Nederland. Overal breken de lage en slechte dijken door. Ons eigen dorp West Vlieland wordt bijna geheel verwoest. Er verdrinken 14.000 mensen en tienduizenden schapen, paarden en koeien in het wrede water. De schade aan huizen en boerderijen is onvoorstelbaar. In andere rampen zijn dodentallen van 30.000 geen uitzondering!

Gelukkig worden de dijken en de stormvloedkeringen hoger en veel beter. De Deltawerken zijn in volle gang en er verdrinken geen duizenden mensen meer. Echter de stormen en de stormvloeden blijven hun tol eisen. Zo ook op 1 januari 1976. Grafieken van Rijkswaterstaat tonen aan dat deze orkaan in de top drie van ergste orkanen staat. Op 2 januari om 15.15 uur wordt een windstoot gemeten van 36 meter per seconde. Windkracht 12 is 32 meter per seconde. De grafieken tonen ook aan dat de waterhoogtes een absoluut record lieten zien. Het water stond + 3 meter 27 boven NAP. Bovendien is het die dag twee dagen na volle maan, dat betekent springvloed. De wind wakkert aan tot meer dan orkaankracht. Vlieland is als een stuurloos scheepje op de wilde Noordzee. Maar we zijn wel wat gewend; kustmensen leven met de elementen. Met de ervaring van eerdere stormvloeden, zoals bijvoorbeeld die in 1953, toen de muurtjes voor zijn huis het begaven, bereidt vader Cor Boon, samen met zoon Arie zich voor. De coupures in de nieuwe muurtjes worden dichtgemaakt. Balken erin, klei ertussen. Aan de kant van de Lutinebaan, waar de garagedeuren zijn, worden zandzakken gelegd. Dan begint het wachten. De spanning is slopend. Het gaat steeds harder waaien en het water blijft maar stijgen en het ergste moet nog komen.


Op de radio horen ze over de schade die de storm aanricht. Torenspitzen waaien kapot. Auto’s worden verpletterd door omwaaiende bomen en twee mensen komen om op het land. Op de Noordzee zijn tientallen schepen in nood in de orkaan. Tien mensen verdrinken in de woeste zee. Zolang de wind uit het noordwesten blijft waaien is de zee aan de zuidkant redelijk rustig; maar voordat het hoog water is gebeurt het onverwachte. De wind krimpt naar het zuidwesten en neemt nog meer in kracht toe! Een rampscenario voor de Vlielanders die buitendijks wonen. De meestal zo vriendelijke en rustige Waddenzee verandert in een brullend en gulzig monster. De golven slaan hoog tegen de gevel van het huis op Havenweg nummer 7; de branding beukt tegen de ramen en deuren en het buiswater slaat zelfs tegen het slaapkamerraam in de topgevel.



“Dit gaan we niet redden,” schreeuwt vader Cor boven het geraas van de storm uit!. Alles moet naar boven jongens, Kom op!!! 

Als een geoefend team redden ze wat er te redden valt. De adrenaline giert door hun lijf; een loodzware vrieskist wordt met twee man naar een hogere plek getild alsof het niets weegt. Alles wat van waarde is wordt in veiligheid gebracht, maar het allesvernietigende water komt van alle kanten.

Arie vertelt: “Het zoute water kwam tot 60 cm hoog door naden en kieren. Bij de WC spoot het bruine rioolwater door de gesloten deur heen! Het was alsof we in een sluis lagen!”

Dan komt het water nog hoger! Moeder Jo en de jongens moeten de begane grond verlaten, het wordt te gevaarlijk. Trijntje herinnert zich: “Mamma belde mij vanuit de slaapkamer. Ze huilde bijna en zei: ‘het water komt eraan en nu valt de stroom ook nog uit!!’” Terwijl zijn gezin boven in het donker en in spanning afwacht, houdt vader Cor de boel beneden in de gaten. Zijn hoge lieslaarzen zijn geen overbodige luxe. Zo beleven ze een van de meest angstige nachten van hun leven.

De voordeur heeft het gelukkig gehouden. Na een paar uur begint het water te zakken en kan de schade worden opgenomen. Alles wat gelijkvloers staat is verwoest. Aan het watermerk op de stoelen is te zien hoe hoog de zee hun huis is binnengedrongen. Een desolaat beeld ontvouwt zich voor hun ogen.

Niet alleen zijn ze de veilige en gezellige beslotenheid van hun leven, hun huis kwijt; ook de financiële ramp is niet te overzien. Het zijn, zoals de meeste Vlielanders in die tijd, geen rijke mensen. Ze krijgen hulp van familieleden. Van de Van Dompselaars, de Alkema’s en de familie Tot en ook van iemand die onbekend wil blijven. Maar de schade is zo groot. Ten einde raad vragen ze steun bij het Rampenfonds. Tevergeefs, de ramp is niet groot genoeg. Ook de Gemeente Vlieland laat zich van haar zuinigste kant zien en helpt de familie Boon niet. Wel verbeteren zij de muurtjes voor de buitendijkse woningen, maar ze beginnen bij de coupure voor het hotel. Tegen de tijd dat ze op Havenweg 7 zijn aangekomen is het geld op en moet de Familie Boon alsnog zelf betalen voor een nieuwe stormkering voor hun huis. Zo pakken ze de draad weer op en gaan verder met hun leven, de familie Boon: Cor, Jo, Trijntje, Arie en Herman, op wie het gezegde ”Je eigen Boontjes doppen!” zeker van toepassing is.


Tekst:        Marian Woestenburg

N.B.
Tijdens de storm van 2 januari 1976 werden er op het land windsnelheden gemeten van 10 Beaufort. Op zee was de storm nog heviger; daar haalde de wind orkaankracht. Tientallen schepen in de Noordzee kwamen hierdoor in de problemen. Naar schatting verdronken ten minste tien mensen. In het Nederlandse binnenland vielen er tijdens de storm twee doden. De krachtige windstoten wisten een auto van de Afsluitdijk in het water te blazen, alleen de bestuurder overleefde het ongeluk. De schade aan bossen, dijken en gebouwen was enorm. In Amstelveen waaide het dak van de Sint Annakerk en in Leeuwarden brak de torenspits van de Sint Bonifatiuskerk af.

De storm van 2 januari 1976 was een zeer zware storm, die in de nacht van 2 op 3 januari over Nederland en België trok. Deze storm was de derde in een meteorologisch gezien relatief korte tijd (de eerdere stormen waren op 13 november 1972 en 2 april 1973). De depressie die de storm veroorzaakte begon nabij de Azoren en trok daarna via de Noordzee, Denemarken en Oekraïne naar de Oeral