
Noodlanding langs de glooiing, een update
Algemeen ColumnUit de reacties op het vorige stukje over mijn neerstorten langs de glooiing (Geitenbode 11/12) en alles wat daar achteraan kwam, werd mij weer duidelijk dat leedvermaak nog steeds ‘s werelds grootste vermaak is.
Veel reacties in de trant van: “Sneu voor jou dat je zo’n smak hebt gemaakt, maar ik heb wel erg gelachen.” Een schoonzus schoot in haar PABO juf modus: “Leuk verhaal hoor, maar ik mis het perspectief van de hond, die was er tenslotte de hele tijd bij.”
Bij deze het verhaal van de hond: “Nou, ik had net wat ganzenpoep gescoord, toen ik iets geks achter me hoorde. Ik draaide me om en zag de baas bezig met óf een dubbele Rietberger óf een uitermate slechte impressie van een opvliegende meeuw. Het idee was misschien wel oké, maar de uitvoering kwalitatief uitermate teleurstellend. De landing ontbeerde elke elegantie.
Hij lag plat op z’n plaat in het zeewater dus ik ben natuurlijk gelijk z’n gezicht gaan likken, dat helpt altijd. Maar na drie seconden werd ik afgeleid door een waaiende grasspriet en tja, daar moet je ook wat mee. Gelukkig kwamen er twee dames met een gele bus en dat was ook heel gezellig. Buurman Eddie heeft mij uiteindelijk thuisgebracht, want de baas ging heel flauw alleen mee in de bus.”
Een literaire nicht reageerde met: “Er mag jou wel vaker iets overkomen. Jij geneest wel weer en wij krijgen een leuk verhaal.” Bij elke handeling mis je dan je voorkeursarm; ik geef het u te doen (beter nog: ik daag u uit!): je billen afvegen met je chocolade-hand! Alles kost gewoon drie keer zoveel tijd. Wat ook nogal impact had, was dat ik niet kon fietsen of autorijden. Even boodschappen doen kost zo een uur, gelukkig kon ik een truttenkarretje lenen (dank Nynke). Ik merkte, toen ik daarmee onderweg was, dat er best veel mensen spontaan aanbieden een handje te willen helpen; maar wat voel je je dan bejaard.
Een bijkomstigheid was wel, dat ik mij er in de afgelopen zes weken pijnlijk van bewust werd hoeveel schouderklopjes wij elkaar in het sociale verkeer op Vlieland doen toekomen... •
Tekst: Jan Moorlag