
Dierenartsen van het Werelderfgoedcentrum Waddenzee en onderzoekers van Universiteit Utrecht starten een onderzoek naar de afname van jonge, gewone zeehonden in de Waddenzee.
Na jaren van stabiele aantallen laten jaarlijkse tellingen zien dat er wel veel pups worden geboren, maar opvallend veel dieren hun eerste levensjaar niet overleven. De terugloop van deze belangrijke roofdieren kan grote gevolgen hebben voor het evenwicht in het Waddengebied. “Hoe dat kan is nog een raadsel voor alle wetenschappers die hiermee bezig zijn”, zegt Sander van Dijk van het Werelderfgoedcentrum. Volgens de laatste tellingen zijn er zo’n zevenduizend gewone, jonge zeehonden in de Waddenzee. “Maar zo’n vijf à zes jaar geleden waren dat er zo’n negenduizend. Dus we missen dan tweeduizend jonge zeehonden.”
Effect op zeehonden
Wat Van Dijk en zijn collega’s vooral zorgen baart is niet zozeer dat de zeehondenpopulatie niet toeneemt, maar dat die populatie juist afneemt. Op de vraag hoe dat komt wil het WEC dolgraag antwoord. “We zien de zeehond als een graadmeter voor hoe het met de zee gaat en als er iets in zee gebeurt, heeft dat heel vaak effect op zeehonden, omdat ze aan de top van de voedselketen staan”, legt Van Dijk uit. “Alles wat er met hun prooi – zoals vissen – of leefgebied gebeurt, zie je terug aan zeehonden. Het kan zijn dat er minder prooi voor zeehonden is of dat ze minder rust hebben, door bijvoorbeeld de drukte op zee.
In de Waddenzee leven twee soorten zeehonden: de grijze en de gewone zeehond. De grijze heeft een spitse snuit, de gewone heeft een rondere kop. De grijze zeehonden zijn agressiever en assertiever. Er moet onderzocht worden of de grijze de gewone zeehonden aanvallen. Maar er kan ook voedsel concurrentie zijn van grijze zeehonden, die eveneens op vissen jagen.
Expertise ontbrak, maar is er nu wel
In de afgelopen vijftien jaar zijn er behoorlijk wat gegevens verzameld op basis van dood gevonden zeehonden, maar die zijn volgens Van Dijk mede door tijdgebrek nooit verder geanalyseerd. “Maar er miste ook wat expertise”, voegt hij eraan toe. Daardoor is ook de samenwerking met de Universiteit Utrecht te verklaren. “Zij hebben die expertise op dode dieren wél. Dus we kijken nu eerst wat we hebben verzameld en of er aanwijzingen zijn die goed zijn om verder te onderzoeken. Dat doen we het komende half jaar.” Het WEC beschikt over data van ongeveer 2.300 zeehonden.
“Daarna gaan we kijken wat – van alles dat is onderzocht – het meest logisch is om verder en dieper te onderzoeken”, vervolgt hij. Van Dijk geeft daarbij als voorbeeld dat als er wat in de weefsels van zo’n dode zeehond wordt gevonden, je mogelijk naar vervuiling moet kijken als doodsoorzaak. “Dan kun je dat dieper onderzoeken aan de hand van andere monsters van organen die we tot dusver hebben genomen.” •
Tekst: RTV Noord / Omroep Zilt