
Auke Poppema
De man die ons niet liet zwemmen
Daar stonden we dan, bij de kerstborrel van de Drumband. Voorzitter Auke deed zijn jaarlijkse ‘praatje’.
Hij haalde aan dat het toch een enorm gemis was dat Vlieland geen lokale krant meer had. Dat we als gemeenschap iets waren kwijtgeraakt. Op dat moment waren het bij ons nog hersenspinsels. Intenties. Auke keek mij veelbetekenend aan. We hadden het er al eens over gehad bij hem aan de keukentafel.
Ik werd eerlijk gezegd een beetje overdonderd. En verleid. Want dat is wat Auke kon: het zou gek zijn om niet in beweging te komen. En dus zei ik het, voor ik er goed over nagedacht had: We gaan gas geven. We doen het. We gaan weer een krant maken.
De rest van de avond ging nergens anders meer over. In 't Praethuys werd het medegedeeld aan wie het wilde horen. We hadden ons publiekelijk vastgelegd. Zonder gezichtsverlies konden we eigenlijk niet meer terug. Lekker bezig, Auke.
Maar Auke liet het daar niet bij zitten. Hij liet ons niet zwemmen. Hij had het vuur aangestoken - en hij was niet het type om vervolgens op afstand toe te kijken of de boel al dan niet zou branden. Hij sloot zich aan bij de redactie.
In de eerste weken en maanden van De Geitenbode vonden we een vaste plek voor onze wekelijkse redactievergaderingen in De Creatieve Werkplaats. Auke kwam steevast op de fiets. En af en toe fietste ik dan met hem mee terug.
We hadden zojuist de inhoud van de volgende editie besproken. Auke had er zijn rol in gevonden: hij liet de jeugd aan het woord, en adviseerde als het moest. Maar nooit dwingend. Altijd positief. Altijd steekhoudend.
Op de fiets vroeg hij me dan met die vertrouwde bezorgdheid in zijn stem: "Komt het wel goed met de financiën? Hebben we genoeg adverteerders? Draagt de gemeente wel zijn steentje bij? Zijn die raadsleden eigenlijk wel lid, Erwin?" En dan, voordat ik antwoord kon geven: "Het zou zo mooi zijn als dit lukt. Kijk nou wat een mooie groep, jonge mensen die dit maar even doen zo. Dat is toch geweldig. Voor Vlieland."
Als we dan bij de Lutinelaan de bult op moesten fietsen, merkte ik al dat hem dat veel energie kostte. Maar hij kwam. Hij bleef komen.
De wereld van de redactie — Whatsapp, telefoons, software, snelle digitale communicatie — was niet zijn natuurlijke habitat. Maar Auke gaf niet op. Hij stelde vragen. Hij stelde zich kwetsbaar op. Hij leerde WhatsApp. Hij kreeg een eigen e-mailadres. Hij leerde de camera van zijn telefoon gebruiken voor reportagefoto's. En hij had er zijn eigen filosofie bij: "Er moeten altijd mensen op staan. Een foto moet een verhaal vertellen. Dan is het pas een goede foto." Dat zei hij dan. En hij had gelijk.
Als oud-rechercheur van politie wist Auke precies wat het betekent om een dossier serieus te nemen. Om niet te stoppen bij de oppervlakte. Om te blijven graven, ook als er weerstand is, ook als het ongemakkelijk wordt. En zo werd hij de eerste en enige echte onderzoeksjournalist van De Geitenbode.
Hij beet zich vast in het dossier Armhuis. De eerste grote serie die De Geitenbode bracht. Geen nieuwtje van een paar regels — dat was journalistiek zoals we het zo graag willen doen. Auke bracht eigenaar en wethouder met elkaar aan tafel. Er was een moment waarop een doorbraak dichterbij leek dan ooit. Het had niet veel gescheeld.
Die doorbraak bleef uiteindelijk uit. Dat was teleurstellend, voor Auke extra. Maar zijn onderzoek en zijn artikelen hebben velen inzicht gegeven in wat er aan voorgeschiedenis zat aan het hele dossier. De feiten lagen er. Zorgvuldig verzameld, helder opgeschreven, eerlijk gebracht.
Toen het fietsen ook niet meer ging, verplaatsten we de redactievergaderingen zoveel mogelijk naar het huis van Auke en Marijke. Niet omdat het moest. Omdat hij erbij wilde zijn. Omdat De Geitenbode van hem was, net zo goed als van ons.
De vergadering in de tuin in juli 2025 is een herinnering die we als redactie niet snel zullen vergeten. We reikten Auke die middag de Oorkonde “Journalist van De Geitenbode 2025” uit. Het was geen grote ceremonie. Het was wat het was: een groepje mensen dat samen iets heeft gebouwd, en even stilstaat om te erkennen wie er aan de wieg stond.
Op 2 februari ging ik bij Auke en Marijke op de koffie — om verslag te doen van ons jaarlijkse voetbalreisje, de dagelijkse beslommeringen door te nemen, gewoon even bij te kletsen. Ik had toen niet gedacht dat ik deze tekst nu al zou moeten schrijven. Nog voor je verjaardag a.s. maandag.
Je vroeg me hoe het ging met de nieuwe meiden in de redactie. Ik vertelde je hoe goed ze het allemaal oppakten, alsof ze het altijd al hadden gedaan. In alles merkte ik hoe trots en tevreden je was over hoe het met De Geitenbode gaat. De bezorgde vragen waren er nog — maar daaronder zat iets van rust. Van vertrouwen.
Je had gezaaid. En het groeide.
Auke was een man die zich ongelooflijk heeft ingezet voor de Vlielandse gemeenschap. Als politieman, maar vooral als vrijwilliger — in talloze besturen, verenigingen, clubs en initiatieven. Soms de luis in de pels van burgemeesters en wethouders, als het nodig was om het op te nemen voor de Vlielanders. Vaak op de bok: sturend, creatief, realiserend. Altijd gedreven, immer positief. Verliezen was ie niet zo goed in. Hij ís een winnaar met een groot sociaal hart.
We verliezen met Auke iemand die De Geitenbode niet alleen hielp bestaan, maar die haar geloofwaardigheid gaf. Die liet zien dat een lokale krant meer kan zijn dan een mededelingenbord. Die liet zien dat nieuwsgierigheid, doorzettingsvermogen en echte betrokkenheid het verschil maken.
Je bent een groot voorbeeld, Auke. Rust zacht.
Erwin Soolsma