
Dwergvinvis aangespoeld op Vlieland
· leestijd 1 minuut Algemeen 111 keer gelezenEven bewesten de strandovergang bij Dam 6 – Posthuis is een kadaver van een dwergvinvis aangespoeld. Het dier verkeert in verregaande staat van ontbinding en mist zowel kop als staart.
De dwergvinvis (Balaenoptera acutorostrata) is de kleinste van de baleinwalvissen. Volwassen exemplaren in de Noord-Atlantische Oceaan worden doorgaans ongeveer 7 tot 8,5 meter lang, waarbij vrouwtjes gemiddeld wat groter worden dan mannetjes.
Van het aangespoelde dier resteert nog ongeveer vijf meter. Omdat zowel kop als staart ontbreken, moet de oorspronkelijke lengte aanzienlijk groter zijn geweest. Op basis van alleen het resterende kadaver is niet met zekerheid te zeggen hoe groot het dier precies is geweest, maar een oorspronkelijke lengte van zeven meter of meer is goed mogelijk.
De soort komt voor in de Noord-Atlantische Oceaan en is vooral in de centrale en noordelijke Noordzee een regelmatige verschijning. In de zomer trekken dwergvinvissen ver naar het noorden, tot in de wateren bij Spitsbergen en Groenland.
Een aanspoeling van een dwergvinvis op de Nederlandse kust is dan ook niet uitzonderlijk. Sinds de vorige stranding op Vlieland, in 2000, zijn langs de Nederlandse kust nog 29 strandingen van dwergvinvissen geregistreerd.
Voor Vlieland zelf blijft het echter een tamelijk zeldzame gebeurtenis. Voor zover bekend is dit pas de vijfde dwergvinvis die hier is aangespoeld.
De eerdere gevallen dateren uit 1886, 1932, 1950 en 2000.Rijkswaterstaat is op de hoogte van de stranding.
Overwogen wordt om het sterk ontbonden kadaver op het strand te laten liggen, zodat het op natuurlijke wijze wordt opgeruimd en onder meer als voedsel voor meeuwen dient.
Omdat het dier nu ligt op een deel van het strand waar ook nog regelmatig toeristen komen, bestaat daarnaast de mogelijkheid dat het kadaver wordt verplaatst naar de Vliehors.
Tekst: Dirk Bruin




