Afbeelding: Walvisvangst in de Poolzee. Abraham Storck, 1654 – 1708. Rijksmuseum Amsterdam.
Afbeelding: Walvisvangst in de Poolzee. Abraham Storck, 1654 – 1708. Rijksmuseum Amsterdam.

Over een belangrijke Vlielander uit de 17e eeuw: Cornelis Pietersz. Ys.

· leestijd 1 minuut Historie 20 keer gelezen

We komen deze belangrijke walvisvaart-commandeur tegen in notariële aktes uit 1634. De dan 55-jarige Vlielander wordt daarin aangeduid als ‘commandeur-generael over de Nederlandse vlote ten Spitsberge’ en voer op het schip de Olifant. In een proces-verbaal van dat jaar liet Ys vastleggen, bij Spitsbergen problemen te hebben gehad met de Deense commandeur Hendrik Vredeman die verhaal kwam halen over een bij de Robbenbaai verbrande tent of barak. In een tweede akte uit 1634 lezen we over moeilijkheden die de commandeur-generaal het jaar daarvoor bij de walvisjacht had gehad. Hij had op moeten treden tegen een zekere commandeur Johannes Vrolyk, die zich met vier schepen binnen Ys’ jachtgebied begeven had. Ys had vijf sloepen van de man in beslag genomen en bij zich gehouden toen Vrolyk zich niet naar zijn wensen schikte. Het jaar daarop kwam Ys verklaren, dat Vrolyk - hij ontmoette die toen weer - ook bij het begin van het seizoen 1634 geweigerd had de sloepen terug te nemen. Onduidelijk is waarom, mogelijk om later een schadeclaim in te kunnen dienen. Waarschijnlijk was Vrolyk de Baskische zeevaarder Jan Vrolicq, (Basken waren waarschijnlijk de eerste walvisvaarders in de geschiedenis van Europa.)

Commandeur-generaal Ys is met Cornelis De Vlamingh een van de best gedocumenteerde Vlielanders onder de walvisvaarders. In een proces-verbaal van 11 april 1636 lezen we over moeilijkheden tussen Ys en Abraham Speeck, een toen bekende schilder en uitvinder, rond een ‘nieuw instrument’ ter walvisvaart. Het betrof een apparaat om op walvissen te schieten. Het ging om een vuurpijl, gemonteerd op een lange ‘sparre’ of stok. Het geheel woog ongeveer 45 pond. Het is mogelijk, dat aan het projectiel een harpoenlijn was bevestigd, zodat de walvis met de sloep waarvandaan hij was afgeschoten verbonden werd. Het is ook mogelijk dat de vuurpijl bestemd was om de walvis met een explosief meteen te doden, hoewel daar geen duidelijke bewijzen voor zijn. Mogelijk was de techniek daarvoor nog niet ontwikkeld. Hoe het zij, bij proeven werkte het apparaat niet naar behoren en zag Ys van het gebruik ervan af.


Afbeelding: Walvisvangst in de Poolzee. Abraham Storck, 1654 – 1708. Rijksmuseum Amsterdam. 

Na het beëindigen van zijn actieve carrière in de walvisvaart bleef Cornelis Pietersz. Ys betrokken bij de jacht op walvissen. Een laatste notarieel stuk waarin hij als getuige en ditmaal vooral als ervaringsdeskundige voorkomt, stamt uit 1644. Op 24 december van dat jaar verscheen ‘out-groenlantsvaerder’ Cornelis Pietersz. Ys, dan 65 jaar oud, samen met admiraal Frans Pietersz. van Nederveen, 64 jaar oud, admiraal van de Groenlandse Compagnie van de kamer Amsterdam, ‘inwoonders van dese stede’, bij de Amsterdamse notaris Schaeff. Door hem werd verklaard dat het, kort gezegd, ‘not done’ was om een collega commandeur die een walvis aan de lijn had, te hinderen en te proberen die walvis zelf te bejagen. ‘Inwoonder van dese stede’? Was Cornelis Pietersz. dan geen Vlielander? Integendeel, het feit dat hij soms in Amsterdam woonachtig was, verhinderde niet dat we zijn naam tegenkomen in het kohier van de 1000ste penning van Oost-Vlieland uit 1661. Daaruit blijkt dat Ys, welgesteld als hij was met een vermogen van 2.000 gulden – 23.000 euro aan koopkracht nu - als inwoner daar belasting over betaalde.

Meer weten over de Vlielander Walvisvaart? Lees: Anne Doedens, Liek MulderEen IJselijke NeringDe walvisvaart van de Wadden in de zeventiende eeuw (Zutphen 2024). •

Tekst: Anne Doedens