
Struikelsteen op Vlieland (deel 1)
· leestijd 1 minuut Cultuur 36 keer gelezenOp Vlieland is een werkgroep al zo’n twee jaar bezig met het initiatief om een Struikelsteen te plaatsen. Struikelstenen, ook wel bekend als Stolpersteine, zijn kubusvormige betonnen stenen met een messing bovenplaat, met daarin de namen gegraveerd van mensen die het slachtoffer werden van het nazisme. Deze stenen worden geplaatst in het trottoir voor de huizen waaruit deze mensen verdreven en later vermoord zijn.
Stolpersteine (stolpern betekent struikelen) zijn een initiatief van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig die daar rond het jaar 2000 mee is begonnen in Duitsland. Het zijn herinneringstekens voor alle slachtoffers van het Nationaalsocialisme. De stenen worden soms ook “Stenen des Aanstoots” genoemd.
Er zijn inmiddels meer dan 100.000 stenen geplaatst in Duitsland, Polen, Oostenrijk, Tsjechië en Hongarije. In Nederland werd de eerste struikelsteen geplaatst in 2007.
Waarom een struikelsteen op Vlieland?
In mei 1938 nam de Nederlandse regering het besluit om mensen die uit Duitsland zijn gevlucht voor de nazi’s, voornamelijk communisten en helpers van Joden, die vaak zonder geldige papieren in Nederland verbleven, te gaan interneren. Er werden een aantal plaatsen in ons land aangewezen waar kampen werden ingericht om deze mensen te huisvesten, zeg maar vast te zetten. Ook Vlieland werd aangewezen. De officiële benaming van de locatie op Vlieland luidde: “Interneeringsdepot Vlieland”, Rijksveldwacht 8e District (Friesland en Drenthe).
De Districtscommandant van de Rijksveldwacht was naar Vlieland gereisd om te kijken of hij daar geschikte ruimte kon vinden om die Duitse vreemdelingen onder te brengen. Hij vond in Badhotel Vlieland, van eigenaar Dirk Bruin, een geschikte ruimte en er werd een vergoeding van 1,25 gulden per dag per persoon afgesproken voor “behoorlijke ligging” (desnoods een stromatras) en “stevig voedsel” (doch eenvoudige pot, bijvoorbeeld soldatenkost).
En zo werden op 6 december 1938 de eerste zes geïnterneerden op Vlieland ondergebracht. Dit werden er al snel meer, waardoor het hotel te klein werd. Daarom werd Dorpsstraat A 80 (zomerhuis Zonnedauw) in gebruik genomen om de Duitse vreemdelingen onder te brengen. Maar tegen september 1939 was ook Zonnedauw te klein. Er werd gezocht naar een groter pand en dit werd gevonden op Dorpsstraat A 52, pension Frisia. De rijksoverheid kocht het pand en vanaf 15 september waren er 39 mannen geïnterneerd op dit adres. Zij werden “bewaakt” door twee Rijksveldwachters. Deze situatie bleef bestaan totdat de Duitsers Nederland binnenvielen op 10 mei 1940.
Wanneer ons land capituleert op 15 mei, horen de Vlielanders en de geïnterneerden dat de Duitse commandoleiding in Leeuwarden de Nederlandse brigadier W. van Oostrum heeft aangesteld als tijdelijk kampcommandant. Deze komt op 16 mei aan op Vlieland.
Op 23 mei 1940 wordt burgemeester Rab gebeld door de Sicherheitsdienst (SD) te Groningen: alle geïnterneerden zullen naar Harlingen worden overgebracht. Georg Schwarting, hoofd van de SD Groningen komt persoonlijk, samen met twee politieofficieren, naar Vlieland om de deportatie te leiden. En om 17:45 uur draagt brigadier van Oostrum de gevangen over aan de SD. Om 18:00 uur vaart de, van Rederij Doeksen gevorderde, Stortemelk II met bewakers en geïnterneerden naar Harlingen.
Van deze 39 mannen hebben velen het uiteindelijk met de dood moeten bekopen. Zij werden allen slachtoffer van het Nationaalsocialisme. •
Tekst: Joost van Bommel
Volgende week deel 2




